Historiek

Grondlegger van osteopathie: Andrew Taylor Still ( 1828-1917)

De oorsprong van osteopathie gaat terug naar de tweede helft van de negentiende eeuw. Andrew Taylor Still, geboren in 1928 in Virginia (USA), zocht in deze periode een alternatief voor de remedies die in die tijd toegepast werden: namelijk "blood-letting" waarbij chirurgisch een ader werd geopend en bloed werd afgetapt voor therapeutische doeleinden of nog purgeren met massale dosissen lood of kwik om de darmbewegingen en zuivering te stimuleren. Dit was de zogenaamde "heroïsche geneeskunde" waarmee hij zich niet kon verzoenen en daardoor op zoek ging naar een andere benadering om ziekte en vooral gezondheid te begrijpen.

Reeds toen zag hij het belang van een holistische visie en de onderlinge samenhang van verschillende systemen binnen de mens als primair uitgangspunt van een behandeling.

1874: het jaar één van osteopathie
Het resultaat van Still's lange en intensieve onderzoek en studie was de ontdekking van een nieuwe medische filosofie. In 1874 ontdekte hij dat hij het talent had om via het leggen van zijn handen op mensen hun fysiologie kon beïnvloeden.

Hij zou zijn palpatiezin (fijne tastzin) tot het uiterste ontwikkelen. Dankzij zijn opleiding van chirurg en dankzij de vele jaren waarin hij dissecties deed, had hij een zeer nauwkeurige kennis van anatomie verworven.

Hij was overtuigd dat het menselijke lichaam in potentie perfect is in vorm en functie en dat het een perfect zelfgenezingsmechanisme in zich heeft. De optimale functie van deze "Tempel van God" hangt in essentie af van de toe- en afvoer van energie, zenuwen, bloed en lymfe, binnen en buiten het lichaam. Als deze wegen worden geblokkeerd, belemmert dit het zelfgenezingsmechanisme en de overeenkomstige organen worden ziek.

Hij ontwierp een behandelingsconcept waarin het musculo-skeletale systeem (bewegingsapparaat) als steunweefsel in samenhang met het inwendige van de mens centraal staat. Als uitgangspunt hanteerde hij het principe dat de gedetailleerde kennis van de anatomie tot meer inzicht van het totale functioneren en dysfunctioneren zou leiden. Met osteopathie is dus een therapiesysteem ontstaan dat geen medicatie gebruikt.

In 1892 kreeg hij de toelating de "American School of Osteopathy" op te richten in Kirksville, Missouri. Dit werd de allereerste osteopatische onderwijsinstelling en tevens het allereerste osteopatisch behandelingscentrum. Inmiddels is osteopathie in Amerika volledig erkend als gereguleerd beroep.

In 1917, meer dan 50 jaar na het begin van zijn carrière als eenvoudige plattelandsarts, stierf Still. Hij had één van de belangrijkste medische filosofieën in de geschiedenis van de mensheid ontdekt, osteopathie, met de "triune man", als onderdeel van een perfecte schepping, als middelpunt.

In Europa heeft osteopathie via Engeland en Frankrijk in de jaren '50 vaste grond aan de voeten gekregen, waar het een snel groeiende tak van geneeskunde in vrijwel alle Europese landen aan het worden is. In Europa wordt dezelfde titel D.O. (Diploma in de Osteopathie) gebruikt voor afgestudeerde osteopaten. Osteopathie vormt in Europa een zelfstandige tak van geneeskunde, die zich richt op alle functionele stoornissen van weefsels.

In België wordt de titel D.O. toegekend aan de erkende osteopaten die gegroepeerd zijn in het GNRPO. Deze afkorting staat voor "Groepering, nationaal en representatief voor professionele osteopaten". Dit is een overkoepelende beroepsvereniging die alle erkende beroepsverenigingen centraliseert. De lijst van GNRPO-osteopaten is terug te vinden in de Gouden Gids en op de website www.gnrpo.be.